
Op het moment van schrijven bevind ik me op een bankje op het balkon van mijn hotelkamer. De vogeltjes fluiten, voor me zie ik de zee, de Middellandse Zee. Mijn moeder zit naast me op het bankje met een boek. De zon houdt zich nog even schuil achter een dun wolkendek, maar ik denk dat het niet lang duurt voordat hij sterk genoeg is en er doorheen weet te prikken. Kort samengevat: ik heb op dit moment niets te klagen. Helemaal niets.

