RACE: Egmond Halve Marathon

Ik had er van te voren al niet zo veel zin in. Toen ik me drieenhalve week voor de wedstrijd inschreef, deed ik dit eigenlijk alleen maar omdat Tuur graag wilde lopen en ik dacht, nou ja, dan ga ik ook maar. Na het zien van beelden van eerdere edities werd ik steeds enthousiaster. Het zag er heroïsch uit en een keertje een halve marathon lopen waarbij tijd geen rol speelt, is ook wel eens leuk. Maar na mijn verkenningsrondje twee weken voor de halve marathon nam mijn enthousiasme weer af. De wind tegen was heftig, zeven kilometer lang teruggeblazen worden is echt zwaar. Ik ging ook nog eens door mijn enkel toen ik door het mulle zand het duin op liep, waar ik nog een paar dagen goed last van heb gehad. Toen mijn startbewijs vorige week niet kwam, dacht ik dan ook dat het lot bepaalt zou hebben…

Niet fit

Maar dat startbewijs kwam een dag voor de wedstrijd toch nog beginnen en als je in het lot gelooft, dan moet je dan dus ook geloven dat je toch van start moet gaan. Ook al voelde ik me niet fit. Mijn buik deed al een paar dagen pijn, stekende pijn die met hardlopen alleen maar erger werd. Tijdens mijn laatste ‘echte’ training donderdag moest ik twee keer naar het toilet. Tijdens het loslopen zaterdagavond, had ik niet alleen buikpijn, maar ook last van brandend maagzuur. De nacht voor de halve marathon sliep ik tien uur, maar uitgerust was ik de volgende ochtend niet. Mijn buik deed nog steeds raar en mijn rusthartslag was vijftien slagen hoger dan normaal gesproken. Ik dacht, misschien klopt mijn horloge niet, dus droeg ik een half uur lang twee horloges om mijn hartslag te vergelijken om vervolgens te concluderen dat er niets mis was met mijn horloge.

Onredelijk

Tuur zei dat ik misschien beter niet kon lopen, dat zegt hij nooit. Maar ik wilde toch graag lopen. Daar had ik allerlei redenen voor en geen was eigenlijk heel erg redelijk als ik er nu op terugkijk, maar goed. Vooral het feit dat veel mensen via Instagram gezegd hadden dat ik niet zo bang moest zijn en gewoon moest lopen, was een motivatie om toch te gaan. En dat terwijl ik niemand had ingelicht over de echte reden waarom ik niet wilde lopen. Niet slim van mij dus om daar een beslissing op te baseren. Een andere reden was dat ik deze week nog geen veertig kilometer gelopen had, normaal gesproken loop ik ruim het dubbele. En dit was nu net de week dat ik mijn kilometers in Australische dollar zou doneren aan de Australische vrijwillige brandweer. Ik wilde sowieso nog twintig kilometer lopen, dan kon ik dat maar beter tijdens de wedstrijd doen, toch? Dat ik ook gewoon extra dollars had kunnen doneren zonder hard te lopen kwam wel in me op, maar dat idee negeerde ik voor het gemak.

Voor de race

Rond elf uur waren we in Egmond. Nadat we onze tassen gedropt hadden dribbelden we richting de boulevard om alvast een kijkje te nemen bij de start. De wind was hard. Het gebied rond Egmond was zondag het enige gebied waar de wind kracht 7 had. Op het strand voelde die wind bizar. Mijn voorhoofd deed gewoon pijn door de snerpende koude wind. En dat terwijl de thermometer gewoon negen graden celcius bóven nul aan gaf. Maar ik had inmiddels besloten echt van start te gaan, dus ik probeerde er niet te veel aandacht aan te besteden. We dribbelden terug naar de sporthal, ik kleedde me snel om en vervolgens dribbelde ik weer terug, om me als eerste in het startvak te begeven. Zo koud. Ik nestelde me helemaal achteraan in het startvak, in de hoop dat ik niet te snel van start zou gaan. Ondertussen sprak ik met verschillende meiden die het startvak langzaam kwamen binnen druppelen. We stonden met nog geen zestig vrouwen in het wedstrijdvak en een aantal daarvan kende ik, persoonlijk of via Instagram.

Startschot gemist

Het was ineens zo gezellig dat ik het startschot volledig miste. Ik dacht ineens, huh, was dat het startschot… iedereen voor me kwam in beweging, dus ik besloot te geloven dat het startschot echt gegaan was. Shit, ik had helemaal geen stretches gedaan. OK. Op hoop van zegen. Iedereen spurtte weg, alsof het een echte wedstrijd was. Dat was het natuurlijk ook wel, maar zo voelde het voor mij tot voor kort niet. Ik besloot rustig te blijven en mezelf niet meteen over de kop te lopen, maar dat had ik beter niet kunnen doen.

Moederziel alleen

Toen we het strand opkwamen vormde zich een kopgroep van ongeveer 35 dames, ik had die kopgroep net gemist. Ze gingen helemaal niet hard, maar in mijn eentje beukend tegen de wind was het zwaar om er bij te komen. Ik maakte steeds een versnelling en liet dan weer even het tempo zakken, omdat continu versnellen gewoon te zwaar was. Ik kwam steeds een beetje dichterbij, maar ik kon de aansluiting uiteindelijk niet maken. Zo heb ik ruim twee kilometer in mijn eentje tegen de wind ingebeukt. Ik voelde me moederziel alleen, alsof de bus met de hele klas erin net vertrokken was en ik net te laat was. Toen ik het twee kilometerpunt passeerde kon ik me niet voorstellen dat ik nog ruim vijf kilometer op deze manier door kon gaan.

Groepje 2

Ik liet het tempo zakken en liep een tijdje met twee anderen, op een gegeven moment keek ik achter me en zag ik dat er nog een stuk of zeven bij gekomen waren. Ik bleef nog even op kop lopen, maar liet me daarna afzakken in de hoop ook van hen te kunnen profiteren. Dat lukte helaas minder goed dan gehoopt, ons groepje was te klein om echt een goed windscherm te kunnen bieden en ik was de langste van de groep, waardoor ik dus ook niet heel makkelijk kon schuilen voor de wind. Er zijn twee momenten dat ik niet blij ben met mijn 1.77, in het vliegtuig en tijdens een hardloopwedstrijd met veel wind.

Na ongeveer vier kilometer werden we ingehaald door de grote kopgroep van de mannen, die negen minuten later van start waren gegaan. Een kilometer later kwam de tweede groep mannen ons voorbij zetten. In deze groep zat Tuur, hij zag er nog ongelooflijk fit uit en zijn blije hoofd maakte mij ook wel weer een klein beetje blij.

Alles voelde slecht

De zeven kilometer over het strand heb ik overleefd, maar de klim het strand af was misschien nog wel het heftigst, door het mulle zand omhoog. Toen ik boven stond leek het alsof de luchtdruk wegviel. Zeven kilometer lang had ik de wind vol in mijn gezicht gehad, ineens was dat weg. Ik moest echt even acclimatiseren. Mijn hoofd en armen voelden ineens heel gek. Pas na een paar kilometer op chilltempo voelde ik me weer een beetje de oude. Maar ja, toen had ik inmiddels zoveel pijn aan mijn bil dat iedere stap pijn deed. Ja, die stomme bilblessure, was ineens weer in vol ornaat aanwezig. Waarom? Ondertussen bleven de steken in mijn buik ook maar irriteren. Ik hoefde niet naar het toilet (gelukkig), mijn buik deed gewoon pijn. Iedere vezel in mijn lichaam wilde stoppen, maar ik wist dat de snelste weg naar de finish hardlopend over het parcours zou zijn, dus liep ik door. Ik focuste me op mijn techniek en probeerde zo af en toe te lachen, in de hoop dat ik me daar beter door zou gaan voelen.

Hongerklop

Na zeventien kilometer kreeg ik een flinke hongerklop. Omdat ik zoveel last had van mijn buik had ik voor de wedstrijd niet veel kunnen eten. In totaal at ik voor de wedstrijd (die om 12.16 van start ging) slechts drie pancakes van bij elkaar 330 calorieën. Je begrijpt, dat is veel te weinig. Dat wist ik ook eigenlijk wel, maar ik hoopte tegen beter weten in dat het genoeg zou zijn, wel eten zou namelijk betekenen dat ik weer uren op het toilet zou moeten spenderen. Er zat in de laatste kilometers echter totaal geen energie meer in mijn lichaam en het was echt een kwestie van strompelen naar de finish.

Balen

Die finish haalde ik uiteindelijk toch nog in een tijd onder de 1.50. 1.49:14 is de officiële tijd. Hoewel dat negentien minuten langzamer is dan mijn PR (bijna een minuut per kilometer!) kan ik daar eigenlijk absoluut niet meezitten. Waar ik wel mee kan zitten is het feit dat ik me totaal niet fijn voelde 21,1 kilometer lang. Dat ik geen enkel moment heb kunnen genieten. Dat ik vanaf de eerste meters op het strand heb afgezien.

Dit is niet het enthousiaste stukje dat ik had willen schrijven, maar soms zit het mee, soms zit het tegen. Ondanks dat ik me niet OK voelde ben ik toch blij dat ik gelopen heb. Veel slechter kan het tijdens een wedstrijd niet gaan en ik heb niet het idee dat ik mijn lichaam erg veel schade heb aangericht door wel te lopen. De pijn in mijn buik is niet erger geworden en ik heb geen spierpijn aan de wedstrijd overgehouden. Mijn bil doet nog steeds pijn, maar ik denk dat een bezoekje aan de manueel therapeut daar wel verandering in kan brengen, dus dat ga ik deze week maar weer doen. Verder is het zaak om die buikkrampen de baas te worden. Hopelijk heb ik dan volgende week een vrolijker race verslag, na mijn 10 kilometer wedstrijd in Maassluis van komende zondag.

Liefs,

Annemerel

Foto’s: Erik van Leeuwen




Share:

9 Reacties

  1. Anique
    januari 15, 2020 / 12:21

    Jammer dat je bilblessure weer is gaan opspelen, hopelijk helpt het bezoekje aan de manueelarts. En de volgende keer als je het zwaar hebt in een wedstrijd, denk je terug aan Egmond en bedenk je…. Ach dit valt eigenlijk wel mee….

  2. Fenne
    januari 15, 2020 / 13:33

    Jammer dat de race anders is gelopen dan gehoopt. Ik vind het knap dat je door hebt gezet! Dat laat zeker wel mentale kracht zien! Ik hoop dat je goed kunt herstellen voor aankomend weekend.

  3. Yvonne
    januari 15, 2020 / 15:14

    Hoewel ik je een veel fijnere wedstrijd had gegund heb ik genoten van zowel de vlog (Arthur die dol enthousiast was, jij wat ehhm, minder) als het raceverslag. Hopelijk kijk je er over een tijdje iets anders op terug :)
    Die buik, bleh wat naar he.. Ik heb er ook last van, de ene periode een stuk meer dan een ander, en het kan me echt een bepaalde angst voor een duurloop opleveren. Ik woon gelukkig behoorlijk achteraf dus goede mogelijkheden om de bosjes in te duiken, maar het blijft zeer doen. Ik kom er ook niet achter wat het nu triggert..

  4. januari 15, 2020 / 16:19

    Het kan niet altijd alleen maar goed gaan, maar het zou het hardlopen wel leuker maken ;-). Ik heb vorig jaar de 20 van Alphen gelopen en na 5 km struikelde ik met een kapotte knie als gevolg (én een gat in mijn nieuwe broek) en na 10 km kreeg ik last van mijn buik en geen dixi te vinden. Wat een rotdag hahaha.

  5. Ingeborg
    januari 15, 2020 / 17:49

    Ik vind het heel goed van je dat je dit zo eerlijk schrijft! Ik hoop dat de manueel therapeut je goed kan helpen.
    Ik heb vandaag van de fysio gehoord dat ik 3 weken niet mag hardlopen. Door een blessure in mn si gewricht bij m’n bekken en rug. Ik haal hier zo van! En het erge is dat ik juist geen pijn heb met (hard)lopen. Dus denk ik eigenlijk: “zal ik gewoon…” Maar nee ik ga maar verstandig zijn. En hopen dat ik na 3 weken weer mag en niet heel veel conditie ofzo kwijt ben. Heel veel succes zondag in Maassluis!

  6. Tessa
    januari 15, 2020 / 21:27

    Wat heb je goed gebikkeld!

  7. januari 15, 2020 / 21:32

    Ik moet zeggen dat dit soort verslagen wel de reden zijn dat ik nooit serieus aan hardlopen ben begonnen 🤭 Maar wat je zei: voor je mentale conditie is het misschien wel goed geweest, want als je dit hebt overleefd kun je andere uitdagingen tijdens de marathon ook wel handelen!

  8. Sophia
    januari 15, 2020 / 22:00

    Wat balen dat het niet de wedstrijd is geworden waar je op had gehoopt. Maar je hebt het uiteindelijk toch maar mooi volbracht! Hopelijk zondag een betere dag (het kan bijna niet slechter volgens mij). Ben benieuwd naar je volgende race verslag. Want positief of negatief ik vind het altijd wel leuk/interessant om te lezen. Succes zondag!!

  9. Margaretha
    januari 16, 2020 / 14:03

    Voor je buikkrampen zou je je/een diëtist eens kunnen vragen of zij je kan begeleiden met het FODMaP dieet. Dit is een methode om uit te vinden welke voedingsmiddelen je darmen triggeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.